De Patterdale Terriër, ook bekend als Fellterriër — in Engeland spreekt men van Fell Terrier of Black Fell Terrier — is een werkterriër uit het ruige Lake District in Noordwest-Engeland. Boeren hadden daar een harde, compacte hond nodig die kuddes schapen tegen vossen kon beschermen, en de huidige lijnen werden in de jaren zestig vastgelegd. Het ras is niet erkend door de Engelse Kennel Club of de FCI, wel door de Amerikaanse UKC: deze honden worden van oudsher op jachteigenschappen geselecteerd, niet op showkwaliteit, en zijn meestal donker van kleur.
Een Patterdale is klein maar opvallend gespierd, met een schofthoogte van ongeveer 25 tot 38 cm en een gewicht rond de 5 tot 6 kg. De gladde of ruwharige vacht vraagt nauwelijks verzorging. Het is een moedige, zelfverzekerde en energieke hond met een sterke jachtdrift; los laten lopen blijft riskant en aangelijnd wandelen wordt aangeraden. Met een consequente opvoeding, goede socialisatie en dagelijks ruim beweging — een lange wandeling plus intensieve speelsessies — kan hij prima functioneren als huishond en gaat hij goed om met kinderen. Verwacht geen rustig schoothondje: deze terriër wil werken en blijft tot op hoge leeftijd actief en waaks. Hij past bij een sportief, ervaren gezin en wordt gemiddeld zo'n 12 tot 14 jaar oud.