De Bracco Italiano, ook wel de Italiaanse staande hond of Italian Pointer genoemd, geldt volgens veel kynologen als de oudste van de staande jachthonden: beschrijvingen van dit type hond duiken al rond 400 voor Christus op. Het ras ontstond uit twee regionale varianten, de oranje-witte Bracco uit Piemonte en de bruin-witte uit Lombardije, die in 1949 in één standaard bij de Italiaanse kennelclub ENCI werden samengevoegd. Aangenomen wordt dat in de meeste hedendaagse staande honden Bracco-bloed stroomt. In Nederland is het ras zeldzaam, met slechts enkele honderden exemplaren.
Het is een grote, krachtige jachthond met een schofthoogte van 55 tot 67 cm en een gewicht van 25 tot 40 kg, herkenbaar aan zijn lange oren, hangwangen en korte, fijne vacht in oranje-wit of kastanje-wit. Wekelijks borstelen volstaat voor de verzorging. Van karakter is de Bracco zachtaardig, intelligent en gevoelig: in het veld een onvermoeibare werker, binnenshuis rustig en aanhankelijk, en doorgaans lief voor kinderen en andere honden. Hij vraagt om een rustige maar consequente opvoeding en veel beweging, het liefst meer dan twee uur per dag. Door zijn gevoeligheid voor de menselijke stem is hij minder geschikt voor beginnende eigenaren, maar in ervaren handen een toegewijde metgezel. De levensverwachting ligt rond de 10 tot 14 jaar.