Multifocale chorioretinale laesies bij de Barsoi worden geassocieerd met een bijzondere aandoening genaamd idiopathische retinopathie, ook bekend als Barsoi-retinopathie of rash-specifieke chorioretinopathie. Deze niet-progressieve oogaandoening uit zich als meerdere, discrete letsels in één of beide ogen, voornamelijk gelokaliseerd in het perifere tapetumgebied van het netvlies, wat leidt tot pigmentveranderingen en gebieden met depigmentatie.
De diagnose vereist een oogarts (veterinaire oogarts) die een zorgvuldig fundoscopisch onderzoek uitvoert om karakteristieke ronde of ovale laesies te identificeren. De dierenarts zal een volledige medische geschiedenis opnemen en andere aandoeningen uitsluiten, zoals:
Hoewel men vroeger dacht dat het gerelateerd was aan PRA, toont recent onderzoek aan dat deze aandoening stabiel is en niet overgaat in ernstigere netvliesaandoeningen. Testen kan al vanaf zeven weken leeftijd worden gestart. Geavanceerde beeldvorming en elektroretinografie kunnen helpen bij de diagnose.
Hoewel idiopathische retinopathie met multifocale chorioretinale laesies voornamelijk bij Barsoi wordt waargenomen, kunnen ook andere rassen varianten van deze aandoening vertonen, waaronder:
De exacte erfelijkheidswijze is momenteel onbekend, maar de aandoening wordt als erfelijk beschouwd, vooral bij Barsoi. Verantwoord fokbeleid adviseert dat elke Barsoi die gediagnosticeerd is met multifocale retinopathie moet worden gecastreerd of gesteriliseerd en uitgesloten wordt van fokprogramma's om het risico op doorgeven van deze aandoening te verminderen.
Aangezien de aandoening niet progressief is, is meestal geen specifieke behandeling nodig. Sommige honden kunnen lichte visuele beperkingen ervaren, maar ze leven doorgaans een vol en gelukkig leven met de juiste zorg en begrip van hun eigenaren. Eigenaren dienen een veilige omgeving te bieden en rekening te houden met eventuele visuele beperkingen van hun hond.
Eigenaren moeten zich ervan bewust zijn dat het zicht van hun Barsoi mogelijk beïnvloed is, wat hun vermogen om duidelijk te zien kan beïnvloeden, vooral bij weinig licht of in onbekende omgevingen. Veel honden passen zich echter goed aan en kunnen gedijen met zachte begeleiding, consistente routines en een liefdevol thuis. Regelmatige controle bij de dierenarts helpt om eventuele veranderingen of complicaties in de gaten te houden.