De Dogo Argentino werd ontwikkeld door Dr. Antonio Nores Martinez, een Argentijns arts en jager, die vanaf 1925 systematisch werkte aan een krachtig, atletisch jachthondenras voor de grote Argentijnse savanne. Als basis gebruikte hij de Old Fighting Dog of Cordoba — inmiddels uitgestorven — en kruiste daar Duits Dog, Bordeaux Dog, Bull Terriër, Engelse Bulldog, Boxer, Pointer, Ierse Wolfshond en Pyreneese Berghond doorheen. Het resultaat was een hond die groot genoeg was voor everzwijn, snel genoeg voor poema's en wit genoeg om bij nacht zichtbaar te zijn voor jagers te paard.
De FCI erkende het ras in 1973 in groep 2, sectie 2.1 (Molossoïden van het type bergdoggen). In Nederland beheert de Raad van Beheer de stamboomregistratie via het NHSB. Fokkers van de Dogo Argentino in Nederland zijn verplicht hun ouderdieren te laten testen op de MAG-test voor gedrag.