Boerenfox

Levensduur12-15
Gemiddelde prijs€400-€800
Gewicht8-148-14
Hoogte35-4035-40
Stamboomnee
Gezondheidstesten beschikbaarPatellaluxatie, Lensluxatie, Cataract
BijnamenBoerenfoks, Boerenfoxje

Voordelen

Gezond en robuust boerenras
Slim en leergierig
Onderhoudsarme korte vacht
Uitstekende waakhond

Nadelen

Kan veel blaffen
Sterke jacht- en graafdrift
Eigenwijs en vraagt consequente opvoeding
Hoge beweegbehoefte
Kenmerken
Maat
Benodigde beweging
Makkelijk te trainen
Hoeveelheid verharing
Benodigde verzorging
Goed met kinderen
Gezondheid van het ras
Kosten om te houden
Kan alleen zijn
Intelligentie
Bent je op zoek naar het Boerenfox ras?Bekijk actuele advertenties of deel dit artikel met uw vrienden!
Boerenfox fokkersVind uw Boerenfox Fokker in Nederland!Fokkers

De Boerenfox, ook wel Boerenfoxje genoemd, is een klein, hoogbenig terriërtype dat van oudsher op Nederlandse boerderijen werd gehouden als ratten- en muizenvanger en waakhondje. Het is géén officieel erkend ras: de Raad van Beheer en de FCI erkennen de Boerenfox niet, en hij moet dan ook niet verward worden met de wél erkende Fox Terriër Gladhaar. In type en karakter lijkt de Boerenfox het meest op een kruising tussen een hoogbenige Jack Russell Terriër en een gladharige foxterriër — en dat is vermoedelijk ook precies waar hij vandaan komt. Omdat er geen rasstandaard bestaat, is de variatie groter dan bij erkende rassen: de schofthoogte ligt meestal rond de 35 tot 40 centimeter, de vacht is doorgaans kort en glad, en de meeste Boerenfoxen zijn wit met zwarte en/of bruine platen. De Boerenfox past bij actieve baasjes die een slimme, waakse en sportieve hond zoeken en die de pittige terriëraard kunnen waarderen. Voor wie vooral een rustige schoothond zoekt, is dit niet het juiste type.

De Boerenfox is een echt Nederlands boerenerf-product. Het type ontstond vermoedelijk uit kruisingen tussen gladharige foxterriërs en hoogbenige Jack Russell- of Parson Russell-achtige terriërs, gefokt door boeren die simpelweg een handig, gezond hondje nodig hadden voor de ongediertebestrijding en het bewaken van het erf. Er werd geselecteerd op werklust en gezondheid, niet op uiterlijk — precies het tegenovergestelde van de showfokkerij. Daarmee is de Boerenfox vergelijkbaar met buitenlandse boerderijterriërs zoals de Amerikaanse Rat Terrier en de Spaanse Ratonero Bodeguero Andaluz. De Boerenfox is nooit erkend door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied, de Nederlandse koepelorganisatie voor de hondenfokkerij. Dat betekent concreet: er bestaat geen officiële rasstandaard, er worden geen FCI-stambomen afgegeven en er is geen rasvereniging die de fokkerij centraal bewaakt. Nederland kent negen wél erkende nationale rassen (waaronder de Stabijhoun, het Kooikerhondje en het Markiesje); de Boerenfox hoort daar formeel niet bij, maar wordt wel vaak in één adem genoemd als typisch Nederlands erfgoed. Op het platteland vervult hij tot op de dag van vandaag zijn oorspronkelijke rol als muizen- en mollenvanger, al wordt hij tegenwoordig vooral als gezinshond gehouden.

De Boerenfox heeft doorgaans een korte, gladde vacht; langharige varianten komen sporadisch voor. De meeste Boerenfoxen zijn overwegend wit met zwarte en/of bruine aftekeningen — driekleur komt veel voor — en incidenteel zie je egaal donkere vachten. Omdat er geen rasstandaard bestaat, is de variatie in uiterlijk groter dan bij erkende rassen: de schofthoogte ligt meestal rond de 35 tot 40 centimeter, al komen exemplaren tot circa 45 centimeter voor.

De Boerenfox is in de eerste plaats een werkhondje, en dat merk je aan alles. Hij is intelligent, alert en heeft een flinke dosis doorzettingsvermogen — eigenschappen die generaties lang nodig waren om ratten, muizen en mollen op het erf te bestrijden. Diezelfde waakzaamheid maakt hem tot een uitstekende waakhond die bezoek luid en duidelijk aankondigt, maar het betekent ook dat hij snel reageert op elk geluid of elke beweging. Overmatig blaffen is een veelgenoemd aandachtspunt bij dit type. Boerenfoxen worden vaak omschreven als vrolijk, speels en aanhankelijk naar het eigen gezin, maar ook als eigenwijs, zelfstandig en soms dominant. Een consequente, positieve opvoeding vanaf puppyleeftijd is daarom geen luxe maar noodzaak. De jachtdrift zit er diep in: graven, achter katten of vogels aan willen en ontsnappingspogingen zijn gedrag dat je kunt kanaliseren, maar zelden volledig kunt afleren. Naar vreemden kan de Boerenfox in het begin wat gereserveerd zijn. Wie de energie en het verstand van de Boerenfox een uitlaatklep geeft — denk aan agility, flyball of speurwerk — krijgt er een sportieve, trouwe en onderhoudende huisgenoot voor terug.

Met kinderen gaat het in de regel goed, mits de hond goed gesocialiseerd is en kinderen leren de hond met rust te laten. Samenleven met kleine knaagdieren is gezien de jachtachtergrond af te raden.

De Boerenfox geldt als een gezond en hard hondje. Doordat er generaties lang op werkkracht is geselecteerd en niet op uiterlijk, en doordat de genenpoel niet door een gesloten stamboek is beperkt, komen overgetypeerde kenmerken en de bijbehorende kwalen bij dit type nauwelijks voor. Veel Boerenfoxen blijven tot op hoge leeftijd fit; een leeftijd van 12 tot 15 jaar is normaal en uitschieters daarboven komen voor. Helemaal vrij van aandachtspunten is het type niet. Net als bij veel kleine terriërs worden patellaluxatie (een verschuivende knieschijf) en erfelijke oogaandoeningen zoals lensluxatie en cataract genoemd als aandoeningen om op te letten. Omdat er geen rasvereniging is die gezondheidsonderzoeken verplicht stelt, is het aan de koper om hiernaar te vragen: een serieuze fokker kan een knie-beoordeling en een recent ECVO-oogonderzoek van de ouderdieren laten zien, of legt op zijn minst uit waarom de ouders gezond zijn. Verder vraagt dit energieke type vooral preventieve aandacht: houd het gewicht in de gaten (een gespierd hondje van 8 tot 14 kg hoort geen vetlaag te hebben), onderhoud het gebit en bouw bij pups de belasting van gewrichten rustig op. Met normale zorg, voldoende beweging en een goed gekozen nest is de Boerenfox een van de meest onderhoudsarme en duurzame hondjes die je in Nederland kunt vinden.

De verzorging van de Boerenfox is eenvoudig. De korte, gladde vacht volstaat met wekelijks borstelen; in de ruiperiode wat vaker. Trimmen is niet nodig (langharige varianten komen sporadisch voor en vragen iets meer vachtonderhoud). Verder volstaan de gebruikelijke controles van nagels, oren en gebit.

De beweegbehoefte van de Boerenfox is fors. Dit is een hond die gebouwd is om de hele dag op een erf in de weer te zijn: reken op meerdere flinke wandelingen per dag plus ruimte om te rennen en te spelen. Minstens zo belangrijk is mentale uitdaging — speurspelletjes, voedselpuzzels en korte trainingssessies doen vaak meer voor de rust in huis dan een extra lang rondje lopen. Een Boerenfox die zich verveelt, gaat zelf vermaak zoeken: blaffen, graven en slopen liggen dan op de loer. Een huis met een goed afgerasterde tuin is ideaal; houd er rekening mee dat dit type kan graven en klimmen. Wonen in een appartement kan, maar alleen bij baasjes die de hond dagelijks echt laten werken en bewegen. Voor de drukte van een bovenwoning met veel prikkels en weinig uitlaatmogelijkheden is dit waakse hondje minder geschikt.

Het aanbod in Nederland is beperkt maar bestaat wel degelijk: nesten komen vooral van particulieren en kleinschalige fokkers op het platteland, en verschijnen geregeld op Puppyplaats. Reken op een prijs van grofweg € 400 tot € 800 per pup; aanzienlijk lager dan bij rashonden met stamboom, juist doordat er geen stamboomtraject is. Aanzienlijk hogere vraagprijzen zijn voor dit type niet goed te onderbouwen.

Een Boerenfox-pup kopen werkt anders dan bij een erkend ras. Omdat de Raad van Beheer het type niet erkent, krijg je nooit een officiële FCI-stamboom — een verkoper die daarmee adverteert, verkoopt iets anders (waarschijnlijk een Fox Terriër Gladhaar) of is niet eerlijk. Ook goed om te weten: zonder stamboom is op papier niet te bewijzen wat er precies in een nest zit, en kruisingen die op een Boerenfox líjken (bijvoorbeeld Jack Russell-mixen) worden geregeld onder deze naam aangeboden. Kijk daarom altijd verder dan de advertentietekst. Omdat papieren ontbreken, moet je de kwaliteit ter plekke beoordelen. Ga altijd op bezoek bij het nest, zie de moederhond (en liefst ook de vader) in haar normale omgeving en let op haar gedrag: de pittige aard van de ouders zegt veel over de pups. Controleer of de pups gechipt, ontwormd en geënt zijn en een EU-dierenpaspoort hebben, en vraag naar de gezondheid van de ouderdieren — bij voorkeur met een patella-onderzoek en oogonderzoek (ECVO) van de ouders. Pups mogen wettelijk pas vanaf zeven weken bij de moeder weg. Kies nadrukkelijk voor een nest dat in huis is gesocialiseerd: op het erf geboren pups die niets van een huishouden kennen, hebben later vaker last van angst en overmatig blaffen.