De Australian Labradoodle bestaat in drie erkende maten: Standaard (50-65 cm, 23-30 kg), Medium (43-52 cm, 13-20 kg) en Miniature (35-42 cm, 7-13 kg). De vacht — het meest bepalende kenmerk — valt uiteen in drie typen: de Fleece coat (golvend tot licht krullend, het meest gewenst en de standaard bij erkende fokkers), de Wool coat (sterk krullend, vergelijkbaar met een Poedel) en de Hair coat (meer als een traditioneel Labrador-haar, met haaruitval; dit wordt beschouwd als ongewenst bij serieuze fokkers). De kleurenpalte is breed: crème, goud, rood, abrikoos, chocolade, zwart en zilver zijn veelvoorkomend.
De kop is breed en expressief, de ogen groot en donker van kleur. Het lichaam is stevig maar niet lomp, met een rechte rug en een vlotte, soepele gang. De staart is lang en wordt hoog gedragen. De algehele indruk is die van een vriendelijke, zelfverzekerde en atletische hond die er even thuis uitziet in een woonkamer in Amsterdam als op een wandelpad langs de Veluwe.