Wormen kunnen uw hond ziek maken, wormen kunnen zelfs leiden tot de dood van uw hond. Er zijn vijf verschillende soorten wormen of inwendige parasieten, waarmee honden kunnen worden besmet. Deze omvatten de hart-en zweepwormen , haak en lintwormen en rondwormen. Een vroege detectie van wormen bij honden is belangrijk omdat elke worm een andere type behandeling nodig heeft. Wormen kunnen ook worden overgedragen van dieren op mensen. De besmetting van sommige wormen geeft weinig sympthomen, terwijk andere soorten veel schade aanrichten.
De lintworm is een van de meest voorkomende wormen bij honden. De meeste lintwormen bij honden worden veroorzaakt door de kat- en hondenlintworm (Dipylidium caninum). Om zijn levenscyclus te voltooien heeft de lintworm een tussengastheer nodig, de vlo. De vlo is besmet met de larven van de lintworm. Als de hond een besmette vlo opslokt, raken ze ook besmet met de lintworm. Na het besmetten hecht de lintworm zich aan de darmwand en begint te groeien.
De lintworm bestaat uit segmenten (proglottiden) die er uitzien als rijstkorrels. U kunt ze soms zien in de ontlasting of rondom de anus van uw hond. Sommige segmenten bewegen nog als ze vers zijn, andere zijn gedroogd en lijken op witte sesamzaadjes. De lintworm zelf kan meters lang worden, maar is zelden als geheel te zien.
Een lintworm heeft een kop (scolex) die voorzien is van haken en zuignappen, waarmee hij zich aan de darmwand vasthoudt. Het lichaam bestaat uit meerdere segmenten die elk in staat zijn eieren te produceren. Deze segmenten breken af en komen via de ontlasting naar buiten, waarna vlooienlarven de eitjes opnemen en de cyclus opnieuw begint.
Veel honden met een worminfectie vertonen aanvankelijk weinig of geen klachten. Bij ernstiger infecties zijn de meest voorkomende symptomen: diarree (soms met bloed of slijm), braken, gewichtsverlies ondanks normale eetlust, doffe vacht, een dikke of opgezette buik (met name bij puppy’s), schuren met het achterwerk over de grond ('sleetje rijden') en zichtbare wormen of segmenten in de ontlasting. Spoelwormen kunnen bij pups ook hoesten en longklachten veroorzaken.
Preventie is de beste aanpak. Ontwormen uw hond regelmatig, minimaal vier keer per jaar bij volwassen honden. Puppies hebben vaker ontworming nodig: start al op twee weken leeftijd en herhaal elke twee weken tot de achtste week. Vlooienbestrijding is essentieel om lintworm te voorkomen. Laat uw hond niet uit vuile plassen drinken en houd zijn leefomgeving schoon. Een ontlastingsonderzoek bij de dierenarts geeft zekerheid over een eventuele besmetting.
Sommige wormen van honden kunnen op mensen worden overgedragen, met name bij kinderen die contact hebben met besmette grond of hondenfeces. De spoelworm Toxocara canis kan bij mensen oogproblemen en orgaanschade veroorzaken. Directe besmetting met lintworm via aanraking van uw hond is echter niet mogelijk; daarvoor moet u een besmette vlo inslikken. Was altijd uw handen na contact met uw hond en zijn ontlasting, en houd uw hond vrij van vlooien.
Naast de lintworm zijn er meerdere wormsoorten die honden kunnen infecteren. De spoelworm (Toxocara canis) is de meest voorkomende bij puppy’s en kan ook via de moeder worden overgedragen. De haakworm (Ancylostoma caninum) zuigt bloed uit de darmwand en kan bloedarmoede veroorzaken. De zweepworm (Trichuris vulpis) nestelt zich in de dikke darm. De hartworm (Dirofilaria immitis) is zeldzaam in Nederland maar gevaarlijk in Zuideuropese landen. Elk type worm vereist een specifiek ontwormingsmiddel, zodat een juiste diagnose door de dierenarts belangrijk is.