Men heeft lange tijd gedacht dat honden kleurenblind waren en dat ze enkel in zwart, wit en grijstinten konden zien. Maar nieuw onderzoek heeft aangetoond dat honden wel degelijk kleuren van elkaar kunnen onderscheiden. Een hond is dus niet kleurenblind. Maar een hond ziet alleen niet zoveel verschillende kleuren als een mens. Een hond ziet de wereld om zich heen in blauwe, gele en grijze kleuren.
Een hondenoog, maar ook dat van alle andere roofdieren, is geoptimaliseerd voor het zien van beweging. Honden zijn zeer goed in het detecteren van bewegende objecten, ook bij weinig licht. Dit heeft te maken met de hoge dichtheid van staafjes in het netvlies: staafjes zijn gevoelig voor licht maar registreren geen kleur. Kegeltjes zorgen voor kleurwaarneming; honden hebben er twee soorten (mensen drie). Daardoor is het kleurenspectrum van honden beperkt tot blauw en geel.
Het gezichtsveld van een hond is breder dan dat van een mens (circa 250 graden versus 180 graden), wat handig is voor het bewaken van de omgeving. De scherpte van het zicht is echter minder: honden zien minder scherp dan mensen. Een hond is wat dat betreft vergelijkbaar met iemand met een lichte bijziendheid. Honden zien ook beter in het schemerdonker dankzij het tapetum lucidum, een reflecterend laagje achter het netvlies dat het beschikbare licht verdubbelt.
Honden zijn wat kleur betreft vergelijkbaar met mensen die rood-groen kleurenblind zijn. Ze zien blauw en geel helder, maar kunnen rood en groen niet goed van elkaar onderscheiden. Rood ziet er voor een hond eerder donkergeel of bruin uit; groen lijkt op lichtgeel. Oranje en paars verschijnen als tinten grijs. Dit heeft praktische gevolgen: een rode bal op groen gras is voor een hond bijna onzichtbaar, terwijl een blauwe of gele bal veel beter opvalt. Kies speelgoed in blauw of geel voor optimale zichtbaarheid.
Honden compenseren hun beperkte kleurwaarneming met een uitzonderlijk goed reukvermogen en een scherp gehoor. Ze vertrouwen veel minder op kleur dan mensen en verkennen de wereld voornamelijk via geur. Daarnaast zijn honden extreem gevoelig voor beweging en lichtverschillen, wat hen in staat stelt prooien of dreigingen te detecteren die een mens niet zou opmerken. Bij het apporteren en zoeken vertrouwen honden dan ook meer op geur en beweging dan op kleur.