Honden hebben van nature veel interesse in het voedsel van het baasje, maar het bedelen en schooieren dat is gedrag dat een hond is aangeleerd. Het aanleren van dit gedrag gebeurt vaak onbewust en zonder dat een baasje zich dat eigenlijk beseft. Maar goed nieuws voor alle baasjes die onbewust een bedelende hond hebben gecreëerd: het aangeleerd bedelgedrag kan een hond ook weer afgeleerd worden. Maar het afleren vraagt wel veel doorzettingsvermogen en daadkracht van het baasje. Het afleren van het bedelgedrag is namelijk een stuk lastiger, dan het aanleren ervan. Vooral als dit gedrag al lange tijd wordt toegestaan, dan kan het afleren een flinke klus zijn.
Het bieden van weerstand tegen het bedelgedrag van een hond, is vaak erg lastig. Veel honden weten precies wat ze moeten doen en hoe ze zich moeten gedragen, om een lekker hapje los te peuteren bij hun baasje. Ze zullen zich voorbeeldig gedragen, kijken hun baasje met grote ogen aan en trekken de liefste blik die zij maar kunnen bedenken. De meeste baasjes zullen vroeg of laat zwichten voor zoveel liefde. Zij geven een hapje om op die manier de liefde van hun hond te beantwoorden.
Een andere reden om aan het bedelgedrag toegegeven, is om van er van af te zijn. Maar deze beloning is voor de hond nou net de reden om te bedelen. Door het bedelgedrag te belonen, wordt het juist in stand gehouden. De belangrijkste voorwaarde voor het afleren van dit gedrag, is er niet aan toe te geven. Niet door het baasje of door de andere gezinsleden, maar ook niet door visite, buren, of wie dan ook. Probeer ook te voorkomen dat een hond de etensrestjes die per ongeluk van tafel vallen, te pakken krijgt. Een hond zal de gevallen restjes namelijk ook gezien als een beloning voor het vertoonde bedelgedrag. En, zolang het gedrag beloond wordt, zal de hond blijven bedelen.
De beste manier om het bedelgedrag af te leren, is door het de hond nooit aan te leren. Maar als het gedrag per ongeluk aangeleerd is, dan zijn duidelijkheid en consequentheid erg belangrijk bij het afleren ervan. Wees altijd duidelijk naar de hond en zorg ervoor dat hij weet wat er van hem verwacht wordt. Stuur de hond tijdens het eten telkens weer naar dezelfde ligplek, bijvoorbeeld de mand, en leer hem dat hij daar plaats moet nemen als het baasje aan het eten is. Soms kan het handig zijn om de hond in een afgesloten bench te stoppen tijdens het eten. Maak geen uitzonderingen, want die brengen een hond alleen maar in verwarring. Een hond weet namelijk niet wanneer er een uitzondering gemaakt wordt. Beloon de hond met een lekker koekje na het eten als hij zich netjes gedragen heeft en op zijn plek is blijven liggen. Een hond zal langzaam gaan merken dat het bedelen hem niets op zal leveren, maar juist het netjes in de mand blijven liggen wel.
Bedelen is aangeleerd gedrag: een hond heeft ontdekt dat een bepaalde gedragsstrategie – smekend aankijken, jankend bedelen of voeten porren – eten oplevert. Honden worden sterk gedreven door hun reukvermogen en ruiken precies wat er op uw bord ligt. Naast aangeleerd gedrag kan overmatig bedelen ook wijzen op een onderliggende reden. Sommige aandoeningen, zoals het syndroom van Cushing of diabetes, verhogen de honger van een hond. Ook een voeding die onvoldoende verzadigt, kan leiden tot aanhoudend bedelen. Bij plotseling sterk toegenomen eetgedrag is een bezoek aan de dierenarts zinvol.
Het afleren van bedelgedrag mislukt het vaakst doordat niet iedereen in het gezin – of regelmatige bezoekers – dezelfde aanpak hanteert. Één keer toegeven is voldoende om het bedelgedrag te versterken, omdat honden heel snel leren dat volhouden loont. Bespreek de aanpak met alle gezinsleden en spreek ook gasten aan als zij de hond eten geven tijdens maaltijden. Consequentie van iedereen is de enige weg naar succes.