Hypofysaire dwerggroei is een ernstige, erfelijke en ongeneeslijke aandoening bij honden waarbij de hypofyse niet goed is ontwikkeld. Hierdoor produceert de hypofyse onvoldoende groeihormoon en andere hormonen, wat leidt tot een scala aan problemen. De aandoening komt het meest voor bij de Duitse Herdershond en de Tsjechoslowaakse Wolfhond, maar ook bij andere rassen.
Hypofysaire Dwerggroei (ook bekend als Pituitary Dwarfism) is een ontwikkelingsstoornis van de hypofyse die resulteert in een tekort aan groeihormoon (GH), schildklierstimulerend hormoon (TSH) en andere hormonen. Zonder voldoende groeihormoon groeit de pup niet normaal en blijft hij klein. Honden met deze aandoening zien er vaak uit als een puppy, ook als volwassen dier, wat de aandoening soms verward met schattigheid terwijl het in werkelijkheid een ernstig gezondheidsprobleem is.
De aandoening wordt autosomaal recessief overgeerfde. Dit betekent dat beide ouderdieren drager moeten zijn om een aangetaste nakomeling te kunnen produceren. Dragers (heterozygote honden) zijn zelf gezond en vertonen geen symptomen. Bij een kruising van twee dragers is er statistisch 25% kans op aangetaste nakomelingen, 50% kans op dragers en 25% op volkomen vrije honden. DNA-testen zijn beschikbaar om dragers te identificeren.
Aangetaste pups zien er in de eerste weken vrijwel normaal uit. Tussen de 2 en 4 maanden begint het groeiverschil zichtbaar te worden. Symptomen zijn: achterblijvende groei, het behouden van de zachte puppyvacht zonder normale volwassen vacht te ontwikkelen, symmetrische haaruitval (alopecia), dunne en schilferige huid, een zachte stem die niet verandert, lethargisch gedrag en een verkorte levensduur. Ook kunnen andere hormonale tekorten optreden, zoals hypothyreoïdie.
De diagnose wordt gesteld via bloedonderzoek naar groeihormoon- en IGF-1-spiegels, en soms via beeldvorming van de hersenen. DNA-testen op het specifieke gen zijn beschikbaar voor de Duitse Herdershond en Tsjechoslowaakse Wolfhond. Fokkers kunnen hun honden testen om te bepalen of ze drager zijn, zodat ze bewuste fokbeslissingen kunnen nemen en de aandoening uit de populatie kunnen elimineren.
Dwerggroei is niet te genezen. Behandeling bestaat uit suppletie van de ontbrekende hormonen, met name groeihormoon (via progestagenen) en schildklierhormoon (thyroxine). Dit verbetert de kwaliteit van leven aanzienlijk, maar de aandoening blijft progressief. Intensieve veterinaire begeleiding en regelmatige bloedcontroles zijn noodzakelijk.
De aandoening kan uit een populatie worden geëlimineerd door consequent te testen en geen twee dragers met elkaar te kruisen. Fokkers die hun honden testen en de resultaten transparant delen, dragen bij aan gezondere generaties. Als potentiële koper kunt u altijd vragen naar de DNA-teststatus van de ouderdieren.
Zie bovenstaande secties voor antwoorden op veelgestelde vragen over hypofysaire dwerggroei bij honden.
Honden met onbehandelde hypofysaire dwerggroei hebben een sterk verkorte levensverwachting van gemiddeld 3 tot 5 jaar. Zonder behandeling verslechtert de toestand door de progressieve hormonale tekorten en de gevolgen daarvan voor de huid, vacht, nieren en andere organen. Met tijdige behandeling via hormoontherapie is de levensverwachting langer, maar blijft de aandoening chronisch en progressief. De levenskwaliteit verbetert aanzienlijk met behandeling: de hond is actiever, de vacht groeit terug en de algehele conditie stabiliseert. Regelmatige veterinaire controles zijn essentieel om de behandeling aan te passen naarmate de hond ouder wordt.
De behandeling van hypofysaire dwerggroei richt zich op het aanvullen van de ontbrekende hormonen. Progestagenen (zoals medroxyprogesteronacetaat) stimuleren de productie van groeihormoon en verbeteren de vacht en huid. Bij hypothyreoïdie wordt thyroxine aangevuld. De respons op behandeling varieert per hond en de behandeling dient levenslang te worden voortgezet. Het is belangrijk om realistisch te zijn: hoewel behandeling de levenskwaliteit verbetert, is genezing niet mogelijk. Honden met dwerggroei vergen intensieve zorg en regelmatige dierenartsenbezoeken. Een fokker of eigenaar die een aangetaste pup ontdekt, doet er goed aan direct contact op te nemen met een dierenarts met ervaring in interne geneeskunde of endocrinologie.