Elk merk hondenvoer bevat individuele combinaties van verschillende ingrediënten. Daarom is het niet goed mogelijk om te precies aan te geven wat de juiste hoeveelheid voer is voor uw hond. Als u uw hond een bepaald type hondenvoer geeft is het verstandig om de hond goed te observeren, hou zijn gezondheid en de conditie van zijn vacht grondig in de gaten.
De hoeveelheid voer verschilt sterk tussen droogvoer (brokken) en natvoer. Droogvoer is energiedichter: een volwassen hond van 20 kg heeft gemiddeld 215 tot 235 gram brokken per dag nodig. Natvoer bevat veel meer vocht en is daardoor minder calorierijk per gram; u geeft dan al snel twee tot drie keer het gewicht aan natvoer voor dezelfde energiewaarde. Mengt u droogvoer met natvoer, verminder dan beide porties evenredig, doorgaans elk met de helft. Raadpleeg altijd de voedingstabel op de verpakking van het specifieke merk, want de samenstelling verschilt per product.
De meeste volwassen honden doen het goed met twee maaltijden per dag, bijvoorbeeld één in de ochtend en één in de middag of avond. Verdeel de dagelijkse portie dan in twee gelijke helften. Eén maaltijd per dag kan bij sommige grotere rassen het risico op maagtorsie verhogen; vraag uw dierenarts wat voor uw hond het beste is. Pups jonger dan zes maanden hebben drie tot vier kleinere maaltijden per dag nodig vanwege hun kleine maag. Ouder dan zes maanden kunt u geleidelijk naar twee maaltijden overstappen.
Een praktische methode is de ribbentest: strijk met lichte druk over de ribbenkast van uw hond. U moet de ribben makkelijk kunnen voelen, maar ze mogen niet zichtbaar uitsteken. Als u de ribben nauwelijks kunt voelen, is uw hond waarschijnlijk te zwaar en moet u de portie verminderen. Staat er een duidelijke taille zichtbaar als u van bovenaf naar uw hond kijkt, dan zit het gewicht goed. Weeg uw hond regelmatig en pas de voerhoeveelheid aan als het gewicht te veel afwijkt van het ideaalgewicht voor zijn ras en leeftijd.