Pups hebben een totaal andere voedingsbehoefte dan volwassen honden. Pups zijn actief, groeien erg hard en hun lichaam is volop in ontwikkeling. Het is daarom verstandig om een pup een speciale pupvoeding te geven. Pupvoeding is afgestemd op de behoefte van een pup en bevat de juiste voedingsstoffen. Het bevat veel vitaminen en mineralen, vele gezonde voedingszuren en grote hoeveelheden calcium en fosfor, wat zorgt voor een goede groei en voor sterke botten en tanden. Daarnaast is pupvoeding erg licht verteerbaar, waardoor de voedingsstoffen gemakkelijk door het lichaam worden opgenomen.
Naast dat een puppy een ander soort voeding nodig heeft, heeft deze ook een veel grotere hoeveelheid voeding nodig dan een volwassen hond van dezelfde omvang. Een puppy eet naar verhouding soms wel drie keer zoveel als een volwassen hond.
Niet alleen pups hebben voeding nodig die speciaal op hun voedingsbehoefte is afgestemd, maar ook oudere honden hebben een aangepast dieet nodig. Het voer voor oudere honden, het zogenaamde seniorenvoer, bevat minder vet en heeft een verlaagd energiegehalte, waardoor het risico op overgewicht wordt beperkt. Het voer bevat minder eiwitten, fosfor en natrium, waardoor het risico op hart- en vaatziekte en nierproblemen afneemt. Aan de voeding zijn vaak vitaminen, mineralen en voedingszuren toegevoegd, die de weerstand van oudere honden verhogen en een positieve bijdrage leveren aan gezonde spieren en botten.
Naast de levensfase kan de situatie om een aangepast voedingspatroon vragen. Een hond heeft andere en/of meer voeding nodig tijdens zwangerschap, ziekte, zwaar werk of bij het beoefenen van intensieve sportactiviteiten.
Het juiste moment om over te stappen hangt af van de grootte van het ras. Kleine rassen groeien sneller en kunnen al rond de 9 tot 12 maanden over op volwassen voer. Middelgrote rassen zijn daar rond de 12 maanden aan toe. Grote en reuzenrassen groeien veel langer door en hebben soms tot 18 of zelfs 24 maanden puppyvoer nodig. De vuistregel is om over te stappen zodra de pup ongeveer 90% van zijn verwachte volwassen gewicht heeft bereikt. Doe de overgang geleidelijk in ongeveer een week door steeds meer volwassen voer te mengen met het puppyvoer, zo voorkom je maagdarmklachten.
Puppyvoer bevat meer eiwitten, calcium, fosfor en vet dan voer voor volwassen honden. Die hogere energie- en voedingsstoffendichtheid is noodzakelijk voor groei, maar kan bij een volwassen hond leiden tot overgewicht en gewrichtsklachten. Volwassen voer is bewust minder calorierijk samengesteld. Een ander verschil zit in de brokgrootte: puppybrokken zijn kleiner en zachter, wat past bij het kleinere gebit en de gevoeligere spijsvertering van een jonge hond. Geef volwassen honden dan ook nooit langdurig puppyvoer, tenzij uw dierenarts dat aanraadt.
Jonge pups hebben een kleine maag en kunnen nog niet veel voer tegelijk verwerken. Geef een pup van 8 tot 12 weken vier maaltijden per dag. Tussen 3 en 6 maanden volstaan drie porties. Vanaf 6 maanden kunt u geleidelijk naar twee maaltijden per dag overgaan, wat ook voor de meeste volwassen honden de norm is. Verdeel de dagelijkse portie altijd gelijkmatig over de maaltijden en houd u aan de aanbevolen hoeveelheid op de verpakking. Pas de portie aan als u merkt dat uw pup te dik of te mager wordt.