Hart- en vaatziekten (HVZ) is de verzamelnaam voor aandoeningen die het hart en vaatstelsel aangaan, zoals hartinfarcten, beroertes, ischemische aanvallen (TIA) en vaatlijden van de grote vaten (zoals etalagebenen). Hart- en vaatziekten worden onderverdeeld in verworven en aangeboren (congenitale) aandoeningen. De ziekten kunnen met geneesmiddelen, onder andere bloedverdunners en cholesterolverlagers, of met een interventie zoals bypasschirurgie of een dotterbehandeling worden behandeld. In sommige gevallen is een afwachtend dan wel ondersteunend beleid mogelijk. Adviezen over levenswijze (voeding) zijn een belangrijk onderdeel van de behandeling.
Schade aan het hart is niet te genezen
Als hondeneigenaar merkt u in eerste instantie niet dat uw hond last heeft van hart en vaatziekten. Het hart moet alleen zeer hard werken om normaal te functioneren. Dat betekent echter dat als uw hond een stressvolle situatie meemaakt, het hart nog harder gaat werken. Dat uit zich in de vorm van vermoeidheid, uitputting, gebrek aan lichaamsbeweging en niet veel vreugde. Andere waarschuwingssignalen zijn droge hoest en kortademigheid na intensief bewegen / spelen.
Schade aan het hart is niet te genezen
Schade aan hartkleppen en hartspieren zijn niet te genezen. Laat daarom uw hond voor de zekerheid jaarlijks controleren bij uw dierenarts zodat de diagnose snel zou kunnen worden gesteld. Met een vroege diagnose is het vaak goed mogelijk om via dieetmaatregelen en vermindering van de fysieke activiteiten het hart in goede conditie te houden. Hoe ouder de hond, hoe groter het risico op hart en vaatzieken.
Soorten hartziekten bij honden
Er zijn twee veelvoorkomende hartaandoeningen bij honden. De mitralisklepinsufficiëntie (MI) is de meest voorkomende en treft vooral kleine rassen zoals Cavalier King Charles Spaniels en Teckels. Hierbij lekt een hartklep, waardoor het hart minder efficiënt pompt. Dilaterende cardiomyopathie (DCM) treft vaker grote rassen zoals Dobermanns en Ierse Wolfshonden, waarbij de hartspier verzwakt en vergroot. Aangeboren hartafwijkingen kunnen ook bij pups voorkomen, maar zijn minder gangbaar.
Hartmedicatie bij honden: wat zijn de opties?
De meest gebruikte hartmedicijnen voor honden zijn Pimobendan (Vetmedin of Cardisure), dat de pompkracht van het hart versterkt en bloedvaten verwijdt. Furosemide (plaspillen) wordt voorgeschreven om vocht op de longen of in de buikholte te verminderen. ACE-remmers zoals Fortekor verlagen de bloeddruk en ontlasten het hart. Bij hartritmestoornissen wordt soms Digoxine ingezet. Alle hartmedicatie wordt op maat voorgeschreven door de dierenarts en dient levenslang te worden gebruikt. Regelmatige controles via echo en bloedonderzoek zijn noodzakelijk om de dosering te bewaken.
Hoe lang leven honden met hartmedicatie?
De levensverwachting hangt sterk af van de aandoening en het stadium. Honden bij wie hartmedicatie preventief wordt gestart voordat symptomen optreden, leven aanzienlijk langer dan honden waarbij pas bij hartfalen wordt ingegrepen. Zodra er symptomen zijn zoals hoesten of benauwdheid, kunnen veel honden nog 6 tot 12 maanden leven met de juiste medicatie en leefstijlaanpassingen. Een klein percentage leeft 18 maanden of langer bij zorgvuldige behandeling. Vroege opsporing via jaarlijkse hartcontroles bij de dierenarts maakt het grootste verschil.