De diagnose van een heupdysplasie bij uw hond kan voor eigenaren erg verontrustend zijn, omdat het een van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen bij honden is. Toch betekent deze diagnose niet dat er geen hoop is. Er zijn verschillende manieren om de aandoening te behandelen en te beheersen, zodat de kwaliteit van leven van uw hond verbetert en in sommige gevallen de aandoening mogelijk langdurig gecorrigeerd kan worden.
Heupdysplasie is een afwijkende ontwikkeling van de heupgewrichten, waardoor spieren, bindweefsel en ligamenten die de kop en kom van de heupen stevig op hun plaats moeten houden, losser worden. Naarmate de aandoening vordert, kunnen deze slecht passende gewrichten uit elkaar beginnen te wijken, een proces dat "subluxatie" wordt genoemd. Hierbij sluiten de kop van het dijbeen en de heupkom niet goed aan en kunnen ze loskomen bij beweging. Uiteindelijk leidt dit tot malformatie van het gewricht, pijn en een veranderde manier van lopen of rennen. Heupdysplasie kan één of beide heupen aantasten en ook als aanvankelijk slechts één kant wordt getroffen, volgt vaak de andere kant.
Symptomen verschijnen vaak pas wanneer honden ongeveer 18 maanden oud zijn. De belangrijkste manier om het risico te beoordelen is door te weten of één van de ouders de aandoening heeft. Een heupscoretest geeft een duidelijker beeld van de gezondheid van het heupgewricht en de kans op ontwikkeling bij pups. Verantwoorde fokkers gebruiken geen honden met een lage score of met heupdysplasie voor de voortplanting; het is belangrijk dat uw fokker deze ethische richtlijnen volgt.
Enkele hondenrassen die vatbaar zijn voor heupdysplasie in Nederland zijn:
Engelse Bulldog pups
Mopshond pups
Bordeaux Dog pups
Boerboel pups
Bloedhond pups
Sint Bernard pups
Clumber Spaniel pups
Basset Hound pups
Norfolk Terrier pups
Franse Bulldog pups
Bloedhond pups
Bullmastiff pups
Rottweiler pups
Welsh Corgi Pembroke pups
Golden Retriever pups
Chow Chow pups
Shih Tzu pups
Duitse Herder pups
Duitse Dog pups
Labrador Retriever pups
Deze rassen hebben volgens testgegevens een kans van 10% tot 60% om heupdysplasie te ontwikkelen.
De behandeling richt zich op het operatief corrigeren van het heupgewricht of het beheersen van symptomen om pijn te verminderen en de voortgang van de aandoening te vertragen. Hierbij wordt gekeken naar leeftijd, klinische toestand, levensstijl en kosten.
Ideaal voor jonge honden tussen 6 en 18 maanden zonder aanzienlijke artrose. Hierbij worden bekkenbotten doorgesneden en opnieuw gepositioneerd om de pasvorm van het gewricht te verbeteren, pijn te verminderen en het risico op artrose te verlagen. Dit levert uitstekende langetermijnresultaten op.
Deze operatie verwijdert het beschadigde dijbeenkopje, waardoor zich een pijnvrij “vals gewricht” kan vormen. Geschikt voor jonge en volwassen honden. FHO verlicht pijn, maar herstelt de normale heupfunctie niet en wordt beschouwd als een reddingsoptie.
Hierbij wordt het hele heupgewricht vervangen door kunstmatige onderdelen, wat de beste kans geeft op herstel van functie en pijnvrijheid. Aanbevolen bij ernstige gevallen of gevorderde artrose. THR is complex en vereist een gespecialiseerde dierenartschirurg.
Een preventieve operatie uitgevoerd bij zeer jonge pups (15-20 weken) waarbij een groeischijf in het bekken wordt gesloten om de stabiliteit van het gewricht te vergroten en toekomstige problemen te voorkomen. Deze ingreep is minimaal invasief en implantaatvrij.
Nieuwere technieken zoals Darthroplastiek, waarbij de gewrichtskom wordt bijgesneden om de stabiliteit bij jonge honden te verbeteren, tonen veelbelovende resultaten, maar zijn nog gespecialiseerd en minder beschikbaar.
Wanneer chirurgie niet mogelijk is, richt de behandeling zich op symptoomcontrole:
Hoewel medische behandeling heupdysplasie niet kan genezen, kan het het leven comfortabeler maken en ernstige achteruitgang uitstellen.
Merkt u dat uw hond moeilijk beweegt, mank loopt of een afwijkende gang vertoont, dan is vroege beoordeling door een veterinair essentieel. Heupdysplasie is progressief, en vroege interventie vergroot behandelmogelijkheden en verbetert de prognose.