Home Pups Dekreuen Fotocadeaus Penningen Waakbord Tips Rassen

Anatolische Herdershond

Groep: Pinschers, schnauzers, molossers, sennen
Subgroep: Berghond
Land van herkomst: Turkije
Hoogte: reu 74-81 cm, teef 71-79 cm
Gewicht: reu 50-64 kilo, teef 41-59 kilo
WeinigVeel

Opvoeding:

Verzorging:

Beweging:

Waaks:


Informatie over de Anatolische Herdershond

Geschiedenis:
Over de afkomst van dit ras is veel gespeculeerd, maar is vrijwel niets bekend. De Anatoliër is een berghond, die naar lichaamsbouw eigenlijk ouder aandoet dan de Mesopotamische molossers met korte snuit waarvan men hem soms laat afstammen. De meest voor de hand liggende relatie is die met de berghonden van Centraal-Azië. In Turkije wordt de hond nog wel gebruikt voor zijn oorspronkelijke taak, het bewaken van grote kuddes schapen en geiten. Het uiterlijk van deze werkende honden vertoont, zoals bij alle echte werkende rassen, grote verschillen. Die verschillen vinden we ook terug bij de sinds de jaren ‘60 naar West-Europa en Noord-Amerika geëxporteerde Anatoliërs. De FCI heeft daarom, in ieder geval wat de vacht betreft, in de standaard ruimte gelaten voor meerdere variëteiten. In Turkije bestaat er grote belangstelling voor de hond, die zelfs al op Turkse postzegels is afgebeeld.

En sinds 1996 worden daar de volgende variëteiten als aparte rassen onderscheiden:
- Kangal: vaalgeel met masker, naar de plaats in Midden-Turkije waaruit dit type afkomstig zou zijn
- Akbas: (witkop) witte vacht, zwarte neus, een type dat meer in West-Turkije voorkomt.
- Karabas: (zwartkop) vaalgele of witte vacht met een zwarte kop, en eventueel gekleurde vlekken op de vacht elders

Intussen zijn dieren van het type Kangal en Karabas buiten Turkije het meest verspreid, zodat ook wel eens in brede (FCI) zin over Kangal of Karabas gesproken wordt. Hier volgen we verder de in Nederland en België geldende FCI standaard. De Kangals komen ook van oorsprong uit de Turkse stad Sivas vandaan daar worden ze geboren en worden ze naar andere steden gebracht.


Uiterlijk:
De Anatolische herder is een grote hond. Reuen hebben een schofthoogte van 74-81 cm bij een gewicht van 50 tot 65 kg. Voor teven is dat 71-79 cm bij 40 tot 55 kg. De voorsnuit is tamelijk vierkant en iets langer dan de schedel. De hond heeft een volledig schaargebit. De schedel is breed en vlak tussen de oren. De ogen zijn niet groot en licht tot donker bruin van kleur. De oogleden sluiten nauw aan. De oren zijn niet groot, driehoekig en hangend, in attente houding iets opgericht. De nek is sterk en matig lang, de relatief korte rug recht, de lendenen iets gewelfd. De borstkas reikt tot de ellebogen en is licht gewelfd. De buik is opgetrokken. De staart reikt tot de hak, maar komt in attente houding sikkelvormig boven het lichaam. De ledematen zijn tamelijk lang, sterk maar niet overmatig gespierd. De hoeking is normaal, de beweging regelmatig en soepel. De vacht is kort tot halflang met een dikke ondervacht. Alleen beige vacht is toegestaan, met soms een witte borst. Neus en oogleden zijn zwart. Heeft vaak één extra teen op de achterpoten.


Bron: Wikipedia

Staffordshire Bull Terriër Lees meer
Groenlandhond Lees meer
Ierse Terriër Lees meer
Bergamasco Lees meer
Petit Brabançon Lees meer
Shiba Lees meer
Heidewachtel Lees meer
Pharaohond Lees meer